Boeren verbinden hemel en aarde – Humane Agrarian Centre - deel 3 (Reisverslag India)

Printervriendelijke versiePDF versie

India kent een lange traditie van vrijheidsstrijd en burgerlijke ongehoorzaamheid en een groot aantal freedomfighters (strijders voor de vrijheid).  Voorheen was er de koloniale uitbuiting door de Engelsen, die zich niet beperkte tot het leegroven van grondstoffen, maar vaak ook gepaard ging met politieke, militaire en religieuze discriminatie.  Eenmaal de onafhankelijkheid van India tot stand gebracht, kwamen er nieuwe vormen van uitbuiting.  Politieke machthebbers die, ondanks de democratie, corruptie in de hand werkten.  En de afgelopen decennia is er de impact van multinationals, die onder het mom van economisch liberalisme de kleine man zijn bestaansmiddelen afpakken.   Reden genoeg voor de freedomfighters om wakker en strijdvaardig te blijven.

De geschiedenis van de vrijheidsstrijd kent een historische begindatum: 1857.  In het algemene ongenoegen ontstaan door de vele soorten onderdrukking door de Engelse machthebbers, weigerden de Indische soldaten in dienst van het Engelse leger, de loop van hun Lee Enfield geweren te smeren met varkensvet.  Het was daarenboven een ondraaglijke gedachte voor een Hindoe om te sterven met een kogel in je lijf die gesmeerd was met dierlijk vet.  Dit was de aanleiding voor een algemene opstand en de geboorte van het begrip ‘freedomfighters’.

In de vrijheidsstrijd van India heeft ook de oneindig rijke spiritualiteit een belangrijke rol gespeeld.  Vele wijzen en verlichte zielen hebben hierin hun bijdrage geleverd en zich aan de kant van de freedomfighters geschaard.  Ik noem hier slechts enkele namen omdat die gedurende mijn gehele verblijf in India een inspiratiebron waren: RabindranathTagore, Mahatma Gandhi, Vivekananda en Annie Besant van de Theosophical Society.

Een drietal jaren geleden was ik samen met enkele Indische boeren medeoprichter van een centrum voor het behoud van de wijsheid en traditie van de Indische landbouw.  Dit centrum draagt de naam ‘Humane Agrarian Centre’ en kent een omvattende filosofie die boeren wil inspireren om hun eigen lot terug in handen te nemen en hun eer en waardigheid te herwinnen.  De freedomfight is hier nooit ver weg.  Inmiddels zijn hier een 1000-tal boeren mee verbonden, die op de een of andere manier op hun bedrijfin autonomie een duurzame landbouwpraktijk toepassen.

In een bijna dagelijks terugkerend ritueel zitten we in kleermakerszit in de conferentiehal op de lemen vloer, waar kleurige textiel dekens uitgespreid liggen, voor een of andere diepzinnige beschouwing over zin en doel van ons bestaan.  Deelnemers vandaag zijn enkele Indische boeren, 2 jongens uit Frankrijk, beiden actief als voorlichter biologische landbouw, Dominique die me kort vergezelt op deze reis vanuit haar werkgebied culturele antropologie en ikzelf.  Doch in de gastvrijheid van dit boerencentrum komen voortdurend nieuwe deelnemers aan, en anderen gaan weer weg.  Een ietwat getaande oudere man, naar schatting rond de 70 jaar, valt me op.  Hij draagt een doorleefde handgeweven traditionele khadi, zijn wollen muts is diep over zijn hoofd getrokken en hij heeft een grote gehoornde bril op van ouderwets fabricaat.  Maar ik voel me vooral tot hem aangetrokken door zijn zachte innemende uitstraling.

Zijn naam is SureshBaj, een naam die menig Indiër van zijn leeftijd als een klok in de oren klinkt.   SureshBaj was als jongeling vanaf zijn 10de levensjaar een ware rebel.  Hij kon geen onrecht aanvaarden en kwam in zijn dorp voortdurend in aanvaring met corruptie en wantoestanden.  Hij koos voor een extremistische aanpak en ruimde een aantal mensen uit de weg en dook onder in de jungle en naburige dorpen.  Daar gedroeg hij zich verder als onze Robin Hood door te stelen van de rijken en de aldus verkregen goederen uit te delen aan de armen.  Op een gegeven moment legde hij ook een hoge politieofficier neer, omdat die enkele onschuldige mensen gearresteerd had in een of andere zaak.  Het hek was van de dam en SureshBaj werd in een grootscheepse actie opgepakt en in de gevangenis van Hamirpurgezet.  Dat was in het jaar 1975.  Na 2 jaar kon hij ontsnappen en slaagde erin gedurende anderhalf jaar buiten schot van de politie te blijven.  Tot er een ware klopjacht op hem gehouden werd, 60 dorpen werden tot op het bot uitgekamd door leger en politie en geheel Noord-India kende zo zijn naam.  SureshBaj belandde terug in de gevangenis en hij zou er nog 23 jaar slijten.   In die jaren kreeg hij een boekje in handen door middel van iemand die een uitleendienst van boeken verzorgde voor gevangenen.  Het was een boekje over Mahatma Gandhi die pleitte voor geweldloos verzet.  Dat was het begin van een ommekeer in het leven van Suresh.  Hij dacht diep na en op de vele rechtszittingen die volgden betuigde hij zijn schuld, vanuit het besef dat zijn moorden nooit goed te praten waren, maar sprak hij ook vrijmoedig en eerlijk over zijn motieven.  Daardoor kon hij de rechter overtuigen om zijn straf wat te milderen, waardoor hij uiteindelijk toch vrijkwam na al die jaren.

SureshBaj is een ware freedomfighter met een zeer groot hart.  Hij draagt vaak het symbool van de vrijheidsstrijd, een witte kepie.  Daar staat aan de ene kant in het Hindi op geschreven: “ik ben een gewoon man” en aan de andere kant: “ik vecht voor het welzijn van mijn volk op eigen kracht”.  Suresh heeft geen thuis en wandelt te voet naar waar hij dienstbaar kan zijn.  Hij eet niet vooraleer hij een sociale daad verricht heeft.  Vaak vertoeft hij in het oorlogsgebied Kasjmir om Moslims met Hindoes te verbroederen.

Het kost me moeite om afscheid te nemen van deze prachtige man.

 

Huwelijksrituelen                

Er bestaat een grote diversiteit aan gemeenschappen en samenlevingsverbanden in India.  In grote lijnen komt het er op neer dat je in bepaalde gebieden mannelijke dominantie hebt, in andere gebieden vrouwelijke dominantie en in nog andere gebieden streeft men naar een evenwicht tussen man en vrouw.  Je zou het kunnen bekijken als een diversiteit aan sociale experimenten.  Doch het huwelijksfeest is overal belangrijk en wordt uitgebreid gevierd.

Ons ‘Humane Agrarian Centre’ ligt in een dorp met de naam BarodkharKhurd, net even buiten de stad Banda.  Zoals ieder dorp in India is er een hechte gemeenschap, de dorpsentiteit genoemd, ondanks de veelheid aan kasten en religies.  En zeker op een huwelijksfeest vallen die verschillen weg, daar was ik getuige van.  Het was een bijzondere belevenis om opgenomen te worden in een tiendaags huwelijksfeest, volgens de oude traditie, tussen een meisje van het dorp en een jongen van 10 dorpen verder, wat niet zonder betekenis is.  Beide families waren straatarm en eigenlijk niet in de mogelijkheid om een feest te organiseren.  Toch wordt ook daar een oplossing voor gevonden.  Vooral door de generositeit van Prem Singh, goede vriend, boerenleider en bezieler van het centrum, die zijn boerderij ter beschikking had gesteld voor het feest en de kosten van de voeding op zich genomen had.

In het maatschappijmodel van mannelijke dominantie, zoals hier in Noord-India aanwezig, gaat het meisje mee met de jongen woont van dan af bij de familie van haar man.De jongen komt het meisje op het huwelijksfeest halen in haar dorp.  In het model van vrouwelijke dominantie is het andersom.  Het spannende van de gehele zaak is dat het meisje en de jongen elkaar nog nooit gezien hebben.  Het is immers de familie die kiest, daar is een uitgebreide zoektocht aan vooraf gegaan en ook de astroloog wordt hierbij geraadpleegd, om te zien of de karakters van jongen en meisje voldoende overeenstemming vertonen.  De familie is hier dus belangrijker dan het individu en het volstrekte vertrouwen hierin wordt als vanzelfsprekend geacht.

Een huwelijksfeest duurt volgens de traditie 10 dagen.  Zowel in het dorp van het meisje als bij de jongen worden gedurende de eerste dagen een aantal voorbereidende rituelen uitgevoerd.  Onder bepaalde gezangen worden de granen, rijst en peulvruchten geschoond en gewassen.  De aarde wordt uitvoerig bedankt voor haar rijkdom.  De heilige koe wordt bedankt voor haar heerlijke melk en rijke mest. Naargelang de dagen vorderen worden de rituelen intenser, er wordt een oventje gebakken in leem om het vuur in te branden en de granen en peulvruchten worden gemalen en gemengd.Er wordt een soort kleine totempaal uit hout gesneden, dat blijkt bij nader toezien een houten ploeg te zijn, met het span zoals het door de ossen voortgetrokken wordt en geleidelijk wordt dat met allerlei voorwerpen versierd.  Landbouw en cultuur zijn hier innig met elkaar verweven.  Het zijn overwegend de vrouwen die dit soort rituelen uitvoeren en al zingend kruipen ze dicht bij elkaar, gehurkt zittend op de grond.  Wij mannen zijn eerder getuige van het gebeuren en dat wordt bevestigd als een der vrouwen plots opspringt en met een uitgestrekte hand gedrenkt in een papje gemaakt van geelwortelpoeder ons op de rug slaat, zodat we allemaal het merkteken dragen van het getuige zijn.

Voor een Westerling komt dit allemaal vreemd over, zeker nu ik ga vertellen dat de plaats van het gebeuren van de voorbereidende rituelen, maar straks ook van het eigenlijke feest, de koeienstal is.  De koeien staan links en achter het zogenaamde altaar met de totempaal wordt dagelijks het voeder voor de koeien gemalen en gemengd.  De lemen vloer van de feestzaal wordt schoongeveegd en met verse koeienmest ingestreken.  Het bevreemdende voor ons is bovendien dat het meisje, de bruid, er niet bepaald gelukkig uitziet.   Ze weet immers niet wat haar te wachten staat en ze lijkt weg te zinken in verlegenheid.

Enfin, de voorbereidingen worden koortsachtiger omdat na enkele dagen de bruidegom aankomt, vergezeld van de uitgebreide familie en dorpsgenoten.  De ontvangst gebeurt door de muzikanten, die uiteindelijk de komende 2 dagen de sfeer omhoog tillen met opzwepende trommels, schalmei en doedelzak.  Maar het is niet zo dat de families elkaar direct ontmoeten.  Vooreerst is dat een zaak van de mannen, maar dat wordt geleidelijk opgebouwd in een aparte ruimte, een soort open afdak naast de koeienstal.  Ook daar zijn rituelen mee gemoeid.  De vader van de jongen heeft een koffer mee met allerlei attributen, die allemaal hun betekenis hebben in de loop van het feest.  Uiteindelijk zijn we met een 400-tal mensen bij mekaar, die allemaal blijven eten en slapen, geen probleem want een gemiddelde Indiër heeft voldoende aan een plekje op de grond, en doet nergens moeilijk over.

De keuken buiten loopt als een tierelier.  Op grote vuren en in grote, voor de gelegenheid gehuurde, kookpannen worden de heerlijkste zoetigheden klaargemaakt en duizenden chapati’s gerold en gebakken.  Dit is het allergrootste wonder waar ik met verbazing sta naar te kijken.  Op de boerderij van Prem Singh werken en leven een 10-tal mensen, dat zijn eigenlijk vooral de allereenvoudigste zielen die vaak elders minder aan bod zouden komen, weduwen, ouderen, licht mentaal gehandicapten en zo meer.  Toch werken ze hier autonoom en vaak op basis van een ruilovereenkomst, waarbij ze zelf nemen wat ze nodig hebben aan voeding en middelen.  Geld komt hier niet aan te pas.  Het wonder wat zich hier afspeelt, is dat zij het zijn die dit gehele huwelijksfeest dragen, zowel in de praktische uitvoering als in de rituelen.  Ik zie Pappu in de kookpotten roeren, alsof hij nooit anders gedaan heeft dan koken voor 400 man.  Ik zie Ahmed en Gudhia, moslims notabene, rituelen leiden in een Hindoefamilie, alsof ze het nooit anders gedaan hebben. Choto Baja is de eenvoudige gedienstigheid zelve en is zoals altijd overal tegelijk om te helpen waar nodig.  Alle kaste- of religieuze verschillen vallen hier weg. Dit is het glorieuze feest van de gewone man en vrouw.  Dat raakt me diep.

Het feest nadert zijn hoogtepunt.  Het meisje heeft haar plek in de koeienstal, alwaar de afgelopen dagen door de vrouwen de sfeer voorbereid werd.  De koeien staan nu achter een blauw plastic zeil om de aandacht niet al te veel af te leiden.  De jongen en de mannen hebben hun plek onder het open afdak.  Op een gegeven moment wordt de jongen naar de koeienstal geleid, uitgedost als een prins en met een kroon die symbool staat voor de zon.  Het meisje wordt daar tijdelijk verborgen in de hoek, achter sluiers en bewaakt.  De jongen wordt uitvoerig ontvangen, er wordt wat gegeten en ook dat is eerder een ritueel gebeuren.  Het lijkt op het langzaam aftasten van de wederzijdse energievelden, want even later wordt de jongen terug naar buiten geleid en het meisje komt terug in het midden te zitten en dat gaat zo enkele keren op en af.

Als het hoogtepunt staat te gebeuren, komen een groep boeren mij opzoeken, die me willen zien en spreken.  Alsof hier nog geen volk genoeg is.  Enfin, ik sta ze te woord, we drinken chai en we wisselen wat ervaringen en ideeën uit.  Ik had graag de werkelijke ontmoeting gezien tussen het meisje en de jongen, waarbij ook de wederzijdse engagementen uitgesproken worden, maar helaas is me dit ontgaan.  Terwijl de boeren terug huiswaarts keren spelen de muzikanten de ziel uit hun lijf,  de vrouwen dansen en zoeken enkele mannelijke slachtoffers uit om ze te overgieten met een zak vol kleurrijke poeders.

De volgende fase, de daaropvolgende dag is die van de emotie, het gezamenlijk huilen en het afscheid nemen van het meisje door de familie en de dorpsgenoten.  De emoties zijn soms hartverscheurend, maar tegelijkertijd wordt er ook kracht en moed toegewenst en bovenal komt iedere familie van het dorp zijn bijdrage leveren aan de uitzet van het meisje.  Onafgebroken komen mensen het erf oplopen met een zak rijst, tarwebloem, peulvruchten, ghee, sesampitten enz.  Alles wordt op een boerenkar gestouwd en onder muzikale begeleiding worden uiteindelijk bruid en bruidegom en schoonfamilie uitgezwaaid.  Het wordt me nu ook duidelijker waarom er een fysieke afstand van 10 dorpen gerespecteerd wordt tussen de keuze van meisje en jongen.  Er gebeurt natuurlijk ook een uitwisseling van granen en zaden, wat meteen ook een waarborg inhoudt van een verfrissing van de landbouw door genetische biodiversiteit.

De rust keert weder op de boerderij, maar de rituelen zijn nog niet voorbij.  Langzaam wordt het huwelijksfeest met al zijn attributen nu afgesloten op een welbepaalde manier en dat gaat nog steeds gepaard met gezang en welbewuste handelingen.  Ik ben er bv getuige van dat de handgesneden houten ploeg met al zijn versierselen naar de dichtstbijzijnde rivier gebracht wordt en daar aan het water geofferd wordt.  Daarenboven keert na enkele dagen het meisje terug naar haar dorp en moet dan opnieuw door de jongen en zijn familie gehaald worden, een soort tweede huwelijk dus.  Het bijzondere nu is dat het meisje alsnog kan weigeren, en dat blijkt af en toe wel eens te gebeuren. Maar niet vandaag.

 

Swatantra     

In mijn lange zoektocht in India naar de traditie en wijsheid van de landbouw was één van de meest ingrijpende ervaringen mijn eerste bezoek, enkele jaren terug, aan het dorp Bharatkup, Swatantra’s geboortedorp.  Mijn vriendschap met Swatantra vindt zijn wortels in een volstrekt wederzijds diep vertrouwen, gebaseerd op innerlijke rust en moeiteloosheid.  Swatantra maakt deel uit van een sterke familie van Brahmanen en bij mijn eerste bezoek aan zijn familie en zijn dorp enkele jaren terug had ik een diepe sensatie ondergaan van de essentie van een traditionele dorpsentiteit.  Ik heb die essentie toen ‘niet-hebzucht’ genoemd.

Daarom was ik nu heel blij om terug 2 dagen in die diepere laag door te brengen.  Swatantra heeft enige schroom om me uit te nodigen in zijn dorp, omdat er geen toilet voorhanden is.  Iedereen doet zijn behoefte tussen de struiken.  Maar het toeval wilde nu dat er een kamer vrij was van een regeringsambtenaar die af en toe in het dorp verblijft omwille van zijn functie in het gebied.  Een kamer met een toilet, op de boerderij van SimlaBabbu, een boer even rond als hoog, maar die voor mij zorgt als een liefhebbende vader voor zijn kind.  SimlaBabbu is niet van mijn zijde weg te slaan, het is wellicht de eerste keer dat hij met een Westerling te maken krijgt, vanuit zijn intense bezorgdheid dat alles naar mijn zin is.  Zijn ogen worden als schoteltjes zo groot als ik ’s morgens mijn scheermachine boven haal om de stoppels weg te halen.  De dag begint hier om 4 uur met de alles doordringende gezangen van de Ramayana.  We bevinden ons namelijk op heilige grond, waar de god Ram voorbij gewandeld heeft, en ook het water in dit dorp heeft een heilige smaak, omdat de broer van Ram, Bharat genaamd, hier wat water uit de Ganges in de plaatselijke waterput gegoten heeft.  Bharatkup is onderdeel van de oude pelgrimsroute tussen Varanasi en Chitrakut.

En het moet gezegd: dit gebied is van een onvoorstelbare schoonheid en puurheid.  De familieboerderij van Swatantra is een zegen, omdat het gros van de velden langs het oude pelgrimspad liggen en je proeft er als het ware een zekere toewijding aan het hogere.  Vlakbij langs het pad ligt nog het restant van een badhuis, gebouwd door de koningen van weleer.  Maar bovenal geniet het gehele gebied van een uitzonderlijke biodiversiteit aan bomen, mangoboomgaarden, heuvels, vogelrijkdom en landschapstypes.  De gewassen zien er dan ook goed uit.

Ook de familieorganisatie is boeiend.  In ieder gezin zijn er sowieso veel kinderen, ook Swatantra heeft 6 of 7 kinderen.  Maar met het begrip ‘familie’ wordt eigenlijk de uitgebreide familie bedoeld, dus ook de neven en nichten en de nonkels en tantes horen hierbij.  En er is een bepaalde rangorde in het systeem.  Sommige kinderen worden eerder door een nonkel of tante opgevoed, dan door de vader of moeder.  En ook onderling kunnen bepaalde neven of nichten een dienende functie opnemen tegenover een oudere broer of zus.  Zo heeft Swatantra altijd Umakan in de buurt, een boom van een neef, die dan ook bij Swatantra in het gezin woont, die in alles een helpende hand biedt.  Umakan brengt het eten aan, maakt het bed op enz.

Ik vraag voorzichtig of Umakan al trouwplannen heeft.  Het is een erg knappe, krachtige man en ik schat hem ongeveer 28 jaar, een leeftijd waarop je normaal gezien in India al lang getrouwd bent.  Noch Umakan, noch Swatantra tonen enige bezorgdheid over het feit dat er geen trouwplannen in het verschiet liggen, omwille van 2 problemen.  Vooreerst zijn er wat ruzies en meningsverschillen gerezen tussen de Brahmaanse familietakken, en ten tweede is er een tekort aan meisjes.

 

Soepel meebewegen       

Het leven van alledag in India is intens, op voorwaarde dat je bereid bent alles los te laten.  Afspraken bvb hebben hier niet veel te betekenen.  Er is veel soepelheid en zacht geduld vereist, maar wie daartoe bereid is wordt nooit teleurgesteld.  Want juist dan komen de wonderen.  Iedere dag opnieuw kunnen de meest onvoorstelbare gebeurtenissen op je afkomen en 1 dag in India lijkt soms als een half leven in België.

Bij het ontbijt ’s morgens krijgen we te horen dat we uitgenodigd zijn om 9u voor één of ander ritueel op een boerderij.  Prem Singh kon er niet veel meer over vertellen, want hij wist het ook niet precies, behalve dat het een half uurtje ver rijden was.  Rond 9u wordt ons verteld dat er geen haast is, want de afspraak is mogelijks een uurtje verplaatst.  We kunnen beter nog een kopje chai drinken en nog een gesprekssessie opstarten over materie en bewustzijn.  Inmiddels kom ik te weten dat de uitnodiging van deze voormiddag geplaatst werd door iemand die mijn boekje gelezen had en mij per se wilde spreken.  Ik had enkele jaren terug een boekje gepubliceerd in India met de titel: “conserverende landbouw, pleidooi voor een overvloedig India”, en hier en daar circuleert dat en wordt blijkbaar gelezen.

Inmiddels is het 10.45u en we zitten diep ondergedoken in de kwantumfysica en we bestuderen gezamenlijk in een bont gezelschap van boeren en enkele schaarse Westerlingen, ikzelf, Dominique en de 2 jongens uit Frankrijk, de eigenschappen van het begrip ‘ruimte’ vanuit het perspectief van de oeroude Indische filosofie.  Hoe ruimte ook ordening en energie omvat, en hoe uiteindelijk verandering in de materie gedreven wordt naar stabiliteit, juist omwille van het feit dat de materie omringd, doordrongen en geïnspireerd is door ruimte of bewustzijn.

Enfin, het wordt blijkbaar tijd om ons stilaan te richten op onze zogezegde afspraak.  We stappen in de auto en een halfuurtje later rijden we een soort open poort door, waar het al bruist van een ongewone activiteit.  Er staan kraampjes allerhande en een pak volk.  Ook binnen treffen we een ruimte aan zo groot als een half dorp, met enkele tempels, wat huizen en een enorm marktplein met reuze grote tenten.  Het is duidelijk dat hier iets groots staat te gebeuren en naar schatting zijn er al een 500 mensen aanwezig, maar het volk blijft toestromen.  Meestal word ik op dat soort evenementen op een podium geplaatst om een toespraak te houden, maar gelukkig niet vandaag.

Het gebeuren van vandaag wordt georganiseerd en gefinancierd door RajaBabuSingh, een zeer hoog geplaatst politieofficier.  Op zijn naamkaartje lees ik: Indian Police Service, directeur-generaal, inspecteur-generaal, maar ook hoofd van de Tibetaans-Indische grenspolitie.  De man ziet eruit als een voormalig worstelaar en heeft indringende ogen.  Ik moet even terug denken aan SureshBaj, die ooit een dergelijk politieofficier uit de weg geruimd had wegens corrupte praktijken.  Maar het contact van vandaag blijkt anders uit te pakken.

RajaBabuSingh wil een goed karma opbouwen en spendeert jaarlijks in zijn gebied een som geld aan voorlichting van de dorpsbewoners.  Dit jaar staat de gezondheidszorg centraal en er zijn dan ook verschillende kraampjes waar informatie verstrekt wordt over het aanbod aan ayurvedische praktijken, naast de conventionele geneeskunde.  Ik vermoed dat er straks wat toespraken zullen volgen.

Maar vreemd genoeg worden we eerst uitgenodigd in de tempel, die hier een erg belangrijke plaats inneemt en gewijd is aan Hanuman, de aap-god.  Het is zonder meer een heilige plek, waar je je schoenen aan de ingang achterlaat om vervolgens op je sokken door het stof de tempel te betreden.  We worden verzocht ons naar het dak te begeven en langs een gore trap passeren we allerlei saddhu’s en pelgrims.  Erg mooie getaande mensen vaak, gehuld in sjofele kleren, met beschilderde voorhoofden in felle strepen oker.  Op het dak zit de hogepriester, zo te zien aan de manier waarop hij bediend wordt.  Zijn rastaharen zijn hoog opgebonden en hij draagt een eenvoudig kleed.  Hij zit in lotushouding terwijl zijn teennagels met een nagelschaartje geknipt worden door één van zijn volgelingen.  Een van zijn andere leerlingen zit met een gsm in de ene hand en zowat de meest geavanceerde smartphone in de andere hand in een toestand van gelukzaligheid voor zich uit te staren.  Er worden ons wat zoetigheden aangeboden en wat gezegende snoep en een glas water dat er behoorlijk zuiver uit ziet. 

Vervolgens gaan we terug naar beneden en wandelen langs een yagna, een cirkelvormige open hut, waar een 150 tal vrouwen en kinderen aanhoudend rondjes lopen.  In het centrum van de hut bevind zich een vuur, brandend gehouden door uitsluitend mangohout.  Enkele priesters gooien een mengsel van gerst, rijst, sesam en ghee (geklaarde boter van koemelk) in een welbepaalde verhouding en met een welbepaald handgebaar, mudra genoemd (zonder gebruik van de wijsvinger) in het vuur.  Daarbij worden bepaalde mantra’s gezongen.  Het geheel zorgt voor een gereinigde omgeving waarin onvervulde verlangens een kans krijgen.

In deze bezwangerde lucht worden we terug naar de tent geleid en nemen plaats in de buurt van RajaBabuSingh, die ons nog niet begroet heeft, maar we worden alvast in het vizier gehouden door zijn talrijke lijfwachten met hun halfautomatische geweren.  Dominique fluistert me in het oor dat ze er met hun boeventronie uitzien als in onze maffiafilms.  Uiteindelijk staat de politieofficier recht en nodigt ons uit voor een gesprek boven op het dak van de tempel.  Terug de schoenen uit en we wachten even voor het heilige der heiligen, terwijl RajaBabu zijn gebeden prevelt en een zuiveringsritueel ondergaat.  Op de ons reeds bekende gore trap naar boven zitten de wijzen nog steeds te mediteren en ook boven op het dak in de brandende zon staan de lekkernijen nog bij de hogepriester.  Ik word verzocht plaats te nemen tegenover RajaBabu en zijn lijfwachten terwijl mijn vrienden even terzijde achter de guru geplaatst worden.

Maar dan ontspint zich een waarachtig gesprek.  RajaBabu blijkt wel degelijk een open interesse te betonen voor de ontwikkeling van een duurzame landbouw in zijn land en hij had daadwerkelijk mijn boekje bestudeerd en doorgelicht.  Hij vond het een nobel werk en dat gaf aanleiding tot het wederzijds formuleren van de hoge nood aan een visie en concrete praktijkgerichte handeling.  We hebben het samen over bodemvruchtbaarheid, het centraal stellen van de koe in het landbouwsysteem en het planten van bomen volgens het agroforestery model.  RajaBabu blijkt zelfs goed op de hoogte over ons federale bestuurssysteem in België en is goed belezen over onze eigenaardigheden.  Na een halfuurtje vind ik een beminnelijk en geïnteresseerd doch zakelijk man tegenover me en ook de boeventronies zijn wat weggesmolten. 

Terwijl we ons weghaasten naar de volgende uitnodiging, stromen vele honderden mensen toe.  Het is duidelijk dat RajaBabu een grote impact heeft.  Als dat nu eens aangewend kon worden om de boer zijn trots terug te schenken.  Wie weet.

Even later staan we in een school, waar een lunch voor ons klaarstaat, met liefde en zorg geserveerd door de leerlingen.  We zitten op de grond in een klaslokaaltje, alwaar we duimen en vingers aflikken na de heerlijke rijstpap als dessert.  Na een kennismakingsrondje met de leerkrachten, is het de beurt aan de leerlingen die één voor één in het Engels hun naam noemen, hun geboortedorp en het beroep van hun vader.  Sommigen sterven van de zenuwen.  Nagenoeg iedereen komt uit de landbouw, maar er zit ook een kleermaker bij en er is ook iemand afkomstig uit de spirituele business.  Daarna kunnen ze vragen stellen aan ons.  De eerste vraag aan mij is aandoenlijk mooi.  Hoe was het gevoel toen ik als boer mijn allereerste oogst binnenhaalde ?  Dominique vertelt over ons schoolsysteem en de Franse jongens over hoe zij de toekomst van de landbouw zien.  Daarna wil iedereen met Dominique met haar blonde haren op de foto.  Het is de ervaring van hun leven en het afscheid is dan ook ontroerend.

Terug op de boerderij komen we terecht in de toenemende koorts van het huwelijksfeest.  De muzikanten zijn aangekomen en het tromgeroffel wordt alsmaar opzwepender.  De familie van de jongen blijkt in aantocht te zijn en de muzikanten begeven zich naar de weg ter verwelkoming.  Op een bepaald moment komt er muziek van alle kanten.  Ik kan het niet direct meer volgen, tot het plotseling tot me doordringt dat er ook bij de buurman een huwelijksfeest aan de gang is.  Dat belooft voor de nacht.

 

Boerenbijeenkomsten     

Nu het stilaan bekend raakt dat ik er ben volgen er vele uitnodigingen uit verschillende dorpen om me te verwelkomen.  Langs de meest erbarmelijke wegen, waar soms stukken weg compleet verdwenen zijn in de moessontijd, bereiken we dan met enige inventiviteit dorpen waar 30 tot 40 boeren ons staan op te wachten.  Na de chai en de zoetigheden, probeer ik dan meestal iets te vertellen over de Europese landbouwontwikkelingen, over de fouten die we gemaakt hebben, over onze verdwenen boerenstand en over de oplossingen waar we nu proberen aan te werken.  En over hoe de traditionele Indische landbouwsystemen eigenlijk alles in petto hebben om de wereld te inspireren en de toekomst van onze planeet te vrijwaren.  Zo probeer ik hun trots en eergevoel aan te wakkeren en hen te ondersteunen in hun eigenwaarde.

De schoonheid van een groep boeren bij mekaar en hun culturele traditie van samenhorigheid is overweldigend.  Toch hebben de meesten onder hen de hoop verloren.  Er is hen eeuwenlang verteld dat een boer niks waard is, dat hij onderaan de sociale ladder staat en dat daar geen respect voor kan opgebracht worden en nu blijkt bijna dat ze dat ook zelf gaan geloven.  Je krijgt dan vaak een situatie dat de rijkdom van hun systeem, nu plots het centrale probleem vormt, bvb de loslopende koeien die al de gewassen opeten.  Het lijkt er op dat als de boer zijn trots verliest, dan alles een probleem wordt.  Dat soort situaties werken als olie op de geweldige vuurkracht van Prem Singh, die me altijd vertelt dat er geen andere optie is dan te vechten voor de goede zaak.  Met een overtuigend redenaarstalent kan Prem de boeren uitdagen de moed niet te verliezen en vooral de samenhang van een duurzaam landbouwsysteem niet op te geven.  Onze gezamenlijke visie staat dan borg voor het aanreiken van oplossingen die weliswaar een lange termijnvisie vereisen.

Hoe ontmoedigd sommige boeren ook zijn, toch is er altijd hoop na een dergelijke bijeenkomst.  Er zijn altijd deelnemers die het wel begrijpen en eenmaal de pioniers beginnen met hun bedrijf om te schakelen naar een duurzaam landbouwmodel, volgen er automatisch anderen.  In het dorp Kharra had KamrajSingh 3 jaar geleden een modelboerderij opgericht met agroforestery en koeien in een stalsysteem, welnu zijn daar 30 boeren die hetzelfde doen, weliswaar op kleinere schaal, maar toch.

Op bezoek in Kharra hebben we het met de aanwezige boeren over elektriciteit.  In dit dorp is er namelijk nog geen elektriciteitsvoorziening en het valt me altijd op hoe mooi deze dorpsgemeenschap hier is.  Betekent elektriciteit wel echte vooruitgang, vraag ik me vaak af.  Niemand begrijpt eigenlijk wat voor soort kracht elektriciteit is, we weten alleen dat de kracht ervan niet te onderschatten is, getuige waarvan we zijn als we een elektrische schok krijgen.Als ik ter sprake breng dat ze beter niet kunnen verlangen naar elektriciteit is dat iets te ver gegrepen.  Iemand van de plaatselijke boeren brengt in dat hij al een televisie, een microgolfoven, een computer en nog iets gekocht heeft, dat staat nu achter slot en grendel te wachten tot de regering met elektriciteit naar hun dorp komt.  Iemand anders zegt dat als je geen elektriciteit hebt, je alleen maar de goede kanten ervan ziet, terwijl als je eenmaal elektriciteit voorhanden hebt, je begint na te denken over de negatieve gevolgen en de prijs die je ervoor betaalt.

We verleggen de aandacht in het gesprek nu naar de leverancier van elektriciteit.  Is het wel verstandig om dat over te laten aan de regering ?  En waar komt die elektriciteit dan vandaan ?  Hoe zit het met kernenergie als bron, waar ook India volop in investeert ?  Of kunnen we dat als dorp zelf in de hand nemen ?  Zelf onze elektriciteit opwekken en beheren ?  De boeren vinden zich niet competent genoeg om in deze materie te oordelen.  Een jonge aanwezige ingenieur, die meer dan intelligent genoeg is om hier mee over na te denken, zwijgt in alle talen.  Het is zo aanlokkelijk voor de jongere generatie om een vast betaalde job te hebben bij de grote bedrijven en niet te moeten nadenken over de werkelijke noden van een dorpsgemeenschap. 

Er zijn meer rebellen nodig die de moed hebben om vernieuwend te zijn, concludeert Prem Singh.

 

RabindranathTagore

Toen ik ongeveer 25 jaar jong was, kwam ik in mijn zwerftochten door England een schoolgemeenschap tegen, waar kunst en ambachten centraal stonden, en geïnspireerd was door het ideeëngoed van een Indische man, RabindranathTagore.  De naam en de foto van deze man raakte bij mij een gevoelige snaar en sindsdien is zijn filosofie nooit ver weg geweest in mijn leven.  In mijn persoonlijke worsteling met het dualisme van het christendom, was Tagore’s wijsbegeerte een verademing.  God en de wereld waren één bij Tagore, en de natuur liet in zijn sublieme ordening iedere minuut de werkzaamheid van het Goddelijke zien.

RabindranathTagore was nooit naar school geweest als jongeling, omdat hij vond dat zijn ziel daar geknecht werd.  Maar hij behoorde tot een familie van briljante zielen.  Naargelang de bronnen was hij het dertiende, veertiende of vijftiende kind in het gezin, ze waren blijkbaar de tel kwijt, maar feit was dat alle broers en zussen uitzonderlijk getalenteerd waren.  Hij kreeg dan ook thuis van zijn vader en broers en zussen voldoende interessants aangeboden.  Hij ontwikkelde een diep gevoel voor dichtkunst en was dan ook de eerste niet-Europeaan die in 1913 de Nobelprijs voor de literatuur toegediend kreeg voor zijn dichtbundel ‘Gitanjali’, een meesterwerk van poëzie. 

Zijn vader DebendranathTagore had na een visioen het besluit genomen een stuk uitgeblust land te kopen, je kon er het aantal bomen op één hand tellen.  De bedoeling was om er een ashram op te bouwen.  De plaats kreeg de naam Shantiniketan, wat betekent ‘verblijfplaats van de vrede’.  Deze plaats werd ook het beginpunt van een schooltje, door Rabindranath opgericht, met 5 leerlingen.  RabindranathTagore was van mening dat onderwijs niet de ziel moest knechten,  maar de ziel moest doen openbloeien.  Dat kon alleen als je de jongeren overgoot met muziek, dans, poëzie, kunst en cultuur, en dit vooral in samenhang met een diepe natuurbeleving.  Onderwijs dient dus buiten te gebeuren, in open lucht, onder de bomen, en niet in een klaslokaal.  In India maakt  het klimaat ditnatuurlijk mogelijk.

Maar er was meer.Tagore doorzag als géén ander dat de dorpsentiteit met haar rijke culturele traditie gestoeld was op landbouw.  In zijn ogen was landbouw de drager van alles, maar hij zag ook hoe er niet voldoende kracht meer beschikbaar was bij de dorpsbevolking om de landbouw levendig en fris te houden.  De autonomie van de dorpsgemeenschap was aan het afbrokkelen en dat ging samen met een morele en spirituele achteruitgang.  Het was zijn vurige wens om een programma van dorpsheropbouw op te starten, maar hij voelde dat zijn landbouwkundige kennis te kort schoot.  De oplossing kwam uit een onverwachte hoek.  Een jonge man uit Engeland, Leonard Elmhirst, kwam op de proppen in een bijzondere lotswending en zo werd een landbouwprogramma opgestart, met de naam Sriniketan, dat betekent ‘verblijfplaats van de voorspoed’.

Leonard Elmhirst had een landbouwkundige opleiding genoten in Amerika en het was een tijd waarin nog veel kennis aanwezig was over bodemvruchtbaarheid, maar waarin tevens ons Westers gedachtegoed opgang maakte waarin mechanisatie, kunstmest en bestrijdingsmiddelen een plaats opeisten.  Het dorpsheropbouw programma van Tagore en Elmhirst, opgestart in 1922,  werd dus een mix van herwaardering van culturele traditie en modernere landbouwtechnieken.  Tagoreintroduceerde 2 nieuwe festivals, Halakarshana, het festival van het bewerken van de grond met de ossen en Vriksharopana, het festival van het planten van bomen.  Elmhirst importeerde een tractor, schijveneg en een kar op luchtbanden.  Maar het moet gezegd, Leonard Elmhirst had een zeer groot invoelingsvermogen in de ziel van de Indische landbouw en werd algauw de vriend van alle boeren.  Hij verbleef 3 jaar onafgebroken in India, en zette daarna een gelijkaardig initiatief op in Engeland, the Dartington Hall Trust.  Maar zijn gehele leven lang bleef hij als raadgever krachtig verbonden met vele landbouwontwikkelingen in India.

Ik was er heel erg op uit om het resultaat te zien van de school van Tagore, met zijn opvoedingsideaal van kunst en cultuur en ik vroeg me ook af wat er overgebleven was van de impuls van het landbouwprogramma van bijna 100 jaar geleden.  Het zou wel een lange reis worden naar Bengalen, 25 uren trein, maar prompt hadden mijn 3 beste vrienden, Swatantra, Prem en Kamraj aangeboden om me een ganse week te vergezellen.  En zoals het meestal gaat in India, Swatantra en Kamraj hadden op het laatste moment afgezegd wegens huwelijksfeesten, waardoor Prem Singh en nu Ahmed, één van Prem’s werkers op de boerderij mijn reisgenoten worden.

Prem Singh is een boerenleider, zeer charismatische man en fors gebouwd.  Hij is Hindoe pur sang en behoort tot de krijgerkaste (chatriya), waardoor hij altijd in de frontlinie staat.  Maar hij heeft ook een diepe spirituele grond, hij staat heel erg open voor meditatieve inspiratie, waardoor zijn visie zich iedere dag verder ontplooit en ontwikkelt.  Met Prem is het heerlijk reizen omdat hij iedereen aanspreekt, overal vrienden maakt en zijn gehele omgeving in vuur en vlam zet met fundamentele beschouwingen over politiek, dorpsautonomie en landbouw.  Op weg naar Shantiniketan zat de halve trein in ons compartiment, niet alleen omwille van mijn blanke huidskleur, maar vooral omwille van de discussie over de toekomst van India, door Prem Singh aangespoord.

Ahmed is een moslim, spreekt geen enkel woord Engels, is een zeer harde werker op de boerderij en een groot liefhebber van bomen.  Hij was nog nooit eerder een week van huis weg geweest.  Het is een schat van een man die direct een grote bekommernis laat zien over mijn wel en wee op deze avontuurlijke reis.  Daar is geen taal voor nodig.

Het gebied waar we naar toe reizen, Bengalen is het dichtst bevolkte gebied van India.  Maar het is ook een matriarchaal georiënteerde maatschappijvorm.  De vrouw staat er centraal, je ziet er dan ook geen mannelijke Goden, zoals Shiva of Krishna, neen, hier overheersen de vrouwelijke Godinnen, Saraswati, Lakshmi enz.  En het moet gezegd, de vrouwen staan er in al hun schoonheid en waardigheid, ze nemen nooit een sluier voor hun gezicht en ze dragen hun sari op een zeer elegante wijze.  Het zijn hier dan ook vooral de vrouwen die aan het hoofd staan van de bestuurlijke functies, en ze doen dat op een uiterst accurate en gedreven manier.  Bengalen staat bekend om zijn rijst- en aardappelteelt en het is ook het oorsprongsgebied van de groententeelt.  Je ziet dan ook overal kleine lapjes grond, waar jong en oud in kleurrijke klederdracht ijverig bezig zijn.  Een lust voor het oog.  Vanuit Bengalen zijn de Kushawaha-, Kaatchi- en Murai-kasten uitgezwermd over Noord-India en zo is de groententeelt verspreid geraakt de afgelopen honderden jaren en dat ging gepaard met de verspreiding van de Godin-gerelateerde maatschappijvorm.  Daar bestaat geen geschreven geschiedenis over, maar Prem Singh weet daar allerlei interessante dingen over te vertellen.  Voordien was er alleen maar landbouw, kethi genaamd en bestond het voedselpatroon uitsluitend uit melkproducten, granen en peulvruchten.  Nu spreekt men over kethi-barri, omdat er ook groenten bijgekomen zijn.

 

Shantiniketan - Srinikethan     

Generaal-majoor Gupta, voorzitter van INTACH, had me een contactadres bezorgd in Shantiniketan.Mevrouw (uiteraard !) SusmitaGuha Roy zou alles voor me regelen aldaar.  Ik had Susmita uitvoerig per mail ingelicht over mijn achtergrond en motieven en verteld dat we van bescheiden boerenafkomst waren.  Dat bleek gelukkig goed uit te pakken.  Susmita was zelf lerares in de school van Tagore en had veel vrienden in het landbouwprogramma.

Met de allergrootste zorg had Susmita en haar team voor ons een programma klaar voor de komende 3 dagen, vol interessante ontmoetingen, die ons in staat zou stellen diep onder te duiken in de geest van Tagore’s initiatief.  Als je weet dat nagenoeg geheel India ontbost is de afgelopen 100 jaar, dan is in Shantiniketan de omgekeerde beweging gebeurd.  RabindranathTagore doorzag de noodzaak van bomen voor het voortbestaan van de mensheid en het volledige schooldomein, ter grootte van een half dorp, is nu een park met schitterend waardevolle bomen.  Daaronder vinden de openluchtklassen plaats en ook dat is een weelde van opvallende kleuren.  Tagore was geen voorstander van schooluniformen, hij verzette zich tegen uniformiteit, maar was wel voorstander van eenheid in de diversiteit.  Respect, discipline en netheid zijn eigenschappen die als vanzelf voortvloeien uit de jongeren als je ze overgiet met cultuur, dans, muziek, ambachten en kunst.  Het hele schoolgebeuren gonst dan ook van artistieke bedrijvigheid en de leraars en leraressen worden er door de jongeren aangesproken als oudere broer of zus.  We zijn er bevoorrechte getuige van urenlange drupad-zang en kathak-dans, hier komt geen geluidsinstallatie aan te pas, alles is hier ter plaatse aanwezig aan live muzikaal talent.  We bezoeken alle ambachtelijke werkplaatsen en ateliers, waar alle natuurlijke materialen, hout, steen, textiel verwerkt worden tot prachtige gebruiksvoorwerpen.  Tagore’s visie was dat opvoeding onderdeel van het leven was en er niet moest uit losgescheurd worden om het om te vormen tot iets abstracts.

We worden uitgenodigd op de thee bij de directeur van het schoolcomplex, ik had het kunnen weten, mevrouw BodhirupaSinha, in al haar schoonheid was ze de verpersoonlijking van de hoge ethiek die hier in deze school aanwezig was.  Ze vraagt of we aanwezig kunnen zijn op de wekelijkse gebedsstonde op woensdagmorgen om 7 uur.  De glazen tempel was al gebouwd door de vader van Rabindranath en is een eenvoudig maar stijlvol gebouw bestaand uit glazen wanden, met hier en daar wat kleurrijk brandglas.  Er is geen enkel religieus symbool aanwezig, alleen licht.  Op woensdagmorgen vroeg zitten alle kinderen, jongeren en leerkrachten, aangevuld met mensen uit de omgeving, bij voorkeur in witte klederdracht, dicht op elkaar op het vloertextiel.  De muzikanten storten hun ziel uit met hun intens gezang, begeleid met tabla, dholak en sarangi.  En een korte tekst van Tagore word in het zoete Bengaals voorgelezen.  Tussen Prem en Ahmed gezeten voel ik de eenheid in al onze verscheidenheid.Shantiniketan was meer dan levend als ‘het tehuis van de vrede’.

Maar wat was er geworden van Sriniketan ?  Ook hier werden we hartelijk ontvangen in ambachtelijke ateliers en een centrum voor gezondheidswerkers op dorpsniveau.  Ook hier weer de vrouw centraal, in leidinggevende functies.  Zo konden we een gebouwtje bezoeken, waar 25 jonge mannen, allen drug- of alcoholverslaafden, gedurende een maand kunnen verblijven onder het gezag van 3 vrouwen, in een zeer strak tijdsschema van poetsen, groepsgesprekken, theedrinken, koken enz.  Het was een aandoenlijk tafereel, klein sjofel gebouwtje, een kamertje met 25 stapelbedden, een kamertje om te zitten op de lemen vloer, en een eetzaaltje met keuken.  Als we het gebouwtje betreden zitten de jongens opeengepakt op de vloer, te wachten op een toespraak van mijnentwege.  Onvoorbereid begin ik te vertellen over ons tuinbouwbedrijf Akelei, over onze gevarieerde werkzaamheden van alledag en hoe we hier ook regelmatig jongeren over de vloer krijgen, die elders uit de boot gevallen zijn en ik vertel hen hoe juist die jongeren meestal mijn allerbeste vrienden worden.  Dat wordt zorgvuldig in het Bengaals vertaald door de vrouwelijke medewerksters en ik voel het wederzijdse enthousiasme stijgen.  Daarna vertel ik hoe veel jongeren unieke talenten bezitten die in de gewone maatschappij niet aan bod kunnen komen, terwijl een omgeving die in een zinvolle interactie staat met de natuur, zoals een boerderij, vaak een voedingsbodem is voor creativiteit.  En ik druk de jongens op de vloer voor mij op het hart dat ook zij hun unieke talenten kunnen laten openbloeien door zelf op zoek te gaan naar de plek waar ze thuishoren.  Het personeel veert recht in een geweldige blijdschap en ook de jongeren barsten los in een gejuich.  Het sjofel gebouwtje wankelt op zijn grondvesten en de dag kan niet meer stuk.

Maar waar is de landbouw van Sriniketan, vragen wij ons af ?  We wisten dat Leonard Elmhirst en Tagore hun focus gelegd hadden op het dichtstbijzijnde dorp Surul.  Bij navraag bleek dat dorp nu verdwenen en dus ook de boeren waren er niet meer.  In de plaats daarvan was nu een landbouwuniversiteit verrezen, met grote statige kantoorblokken,departementen, labo’s en onderzoekscentra.  Ook daar worden we rondgeleid door een zeer aangename jonge professor, maar toch worden Prem en ik wat zenuwachtig.  We zien in de proeftuin voor groententeelt een bodem die volledig uitgeloogd is en geen greintje leven meer bevat.  We zien op de proefboerderij verveelde  overheidsambtenaren op het gemakje luieren en de boerderij zelf mist bezieling.  We treffen er wel nog de schijveneg en kar op luchtbanden ooit uit Engeland geïmporteerd.  Onverslijtbaar gerief.  Ik vraag de jonge professor voorzichtig of er ook contact is met boeren uit de omgeving ?  Doch zijn antwoord was even voorzichtig als mijn vraag.  We nemen vriendelijk afscheid.

Prem Singh is een ware meester in zijn analyse wat er mis gegaan is op het vlak van de landbouw.  Steeds weer worden zijn gefundeerde inzichten bevestigd.  Steeds weer herhaalt hij dat de ziel van de landbouw en de dorpsautonomie verkocht is aan de wetenschap en de regering.  En hij heeft gelijk.

RabindranathTagore zag als geen ander de ware nood van de dorpen en hij zag ook hoe landbouw een sleutel was in het herstel van de cultuur.  Zijn gedachten daarover in 1900 neergeschreven zijn nog altijd brandend inspirerend.  En ook Leonard Elmhirst had het goed voor, ondanks dat hij geconfronteerd werd met vele moeilijke problemen, waaronder malaria en apen.  Elmhirst heeft ongetwijfeld ook een stevige basis gelegd in de gezondheidszorg met aandacht voor vrouwen en kinderen.  Maar het landbouwherstelprogramma heeft gefaald.  We staan nog precies voor dezelfde opgave als in 1920.  Maar we hebben nu wel bijna 100 jaar meer ervaring van wat er mis kan gaan.

 

Treincultuur     

Er is niks avontuurlijker dan een lokale trein nemen in India.  Lokale treinen bevatten altijd een mengelmoes van de kleurrijke diversiteit aan mensen die India bezit.  Heel veel sjofele, armzalige toestanden, maar toch van een onvoorstelbare schoonheid, zie je dan.  Al van ’s morgens vroeg staan we op het perron van Bolpur te wachten op de trein naar Kolkata, een rit van 3 uren.  Het ziet er naar uit dat er veel volk meegaat, zoals gewoonlijk want treinen zijn een populair vervoermiddel.  Een zitplaats kunnen we wel vergeten, maar er is gelukkig nog wat plaats voor onze bagage op het rekje bovenaan.  Naarmate het volk blijft binnenstromen worden ook de kinderen bovenop onze bagage gestouwd en het gedrum neemt dermate toe dat de deuren niet meer dicht kunnen.

Ondanks de dicht opeen geplette lijven, ontstaat op een lokale trein een levendige handel.  Tientallen venters wurmen zich al roepend door de massa met hun leurhandel.  Er zijn er met oorwatjes, nagelschaartjes, prullaria voor de kinderen enz.  Dan heb je de bedelaars, schooiers en de verminkten.  Ook van eten en drinken wordt je ruim voorzien.  Venters sjouwen een ingenieuze set kookpotten op hun hoofd om je naar wens te bedienen.  Omeletten verpakt in krantenpapier, chai, peulvruchten met een sausje.  Alle afval wordt op de grond gegooid dus ook de muizen reizen mee.  Religieuze zangers komen voorbij en kijken je met diep smekende ogen aan of je niet in hun geloof wil treden.  Op een bepaald moment komt ook een transgender voorbij, een man die vrouw geworden is of omgekeerd.  Hij of zij komt dan voor je staan, klapt luid in de handen en kijkt je doordringend aan met de vraag of je geld wil geven.  Ik zou niet weten waarom.

In ieder station komt er meer volk bij dan er af gaat.  En ze komen van alle kanten.  Van de kant van het perron, maar ook van de kant van de sporen.  En er kruipen er ook door de ramen.  Ik begin me hier af te vragen hoeveel van hen er eigenlijk een ticketje gekocht hebben.  Misschien ben ik wel de enige ?

Op een bepaald moment, we naderen Kolkata, wringen zich van de kant van het perron een groepje net geklede mannen, met een wakkere uitstraling naar binnen, waarschijnlijk op weg naar het kantoor.  Van de kant van de sporen komt gelijktijdig een muzikant tevoorschijn, klein ventje met een versleten jurk en een soort mandoline.  Ik had het nooit durven dromen, maar het was een Baul-zanger.

Baul-zangers behoren tot een oeroude traditie in Bengalen.  Het is een soort orde waar geheim esoterisch onderricht gepaard gaat met strenge yoga praktijken en een muziekvorm die heel volks is.  De teksten van hun liederen zijn eerder recht voor de raap, maar bevatten ook gesluierde codes.  Enfin, de man wordt direct herkend door de kantoormensen en hij wordt met klem verzocht zijn muziek ten beste te geven.  Zijn mandoline had 2 gebroken snaren, maar dat bleek geen beletsel te zijn om er virtuoos op te spelen, en bij het eerste aanheffen van zijn stem voelde je de magie door de trein zinderen.  De kantoormensen gaan ogenblikkelijk uit de bol, iemand haalt een cimbaaltje uit zijn kantoorkoffertje, en even later staan ze luidkeels mee te zingen met de armen zwaaiend in de lucht.  Voor het wiegen met de heupen was er helaas geen ruimte op overschot.  Met ieder lied die de zanger aanheft, ondersteund door zijn grandioos snarenspel stijgt de koorts in de trein en waarlijk de gehele wagon verkeert zienderogen in een extatische sfeer.

In een of ander station stapt de muzikant uit, met zijn handen vol roepies, hem gretig van alle kanten toegestopt.  Maar de muziek was ingezet.  Een van de kantoormensen bleek ook een meester-zanger te zijn, weliswaar van een meer ingetogen stijl, maar zijn zoete stembegeleidt ons tot in Kolkata.  Ik kom aan met natte sandalen, want de vrouw naast mij had haar plas niet meer kunnen inhouden.  Toiletten zijn hier trouwens ver te zoeken.

 

Kolkata, city of joy     

Kolkata of Calcutta, zoals de Engelsen het noemen,  is wellicht één der vuilste en smerigste steden van India, en daarenboven één der dichtstbevolkte.  15 miljoen mensen en dan hebben we het nog niet over degenen die ze niet geteld hebben.  Hier leeft en sterft men letterlijk op straat.  Het straatbeeld ziet eruit als een mierennest, iedereen is op de één of andere manier bezig, hoe sjofel en armzalig de omstandigheden dan ook mogen zijn, er is een oneindige inventiviteit in de diverse werkzaamheden.  Je ziet bvb kinderen die een centje verdienen door het oliepeil van de taxi’s (dat zijn er vele duizenden) te controleren en bij te vullen.  Je ziet ze dan geweldig bedreven de motorkap openen en het oliepeil checken en ze voorzien dan uiteraard ook de olie, waar ze ook wat winst kunnen op nemen.

Maar je hebt vooral het gevoel dat alles stroomt.  De mensen zijn verdraagzaam en hulpvaardig en je wordt hier als toerist niet bedrogen en alles is er spotgoedkoop.  En er is een soort vreugde en blijmoedigheid in de stad.  Dat uit zich bvb aan de publieke waterpomp, je vindt er één in iedere straat, waar de mensen zich wassen.  Ze staan zich dan vrolijk in te zepen en het is een gespetter en geplens van jewelste.

We vinden gelukkig nog een hotelkamertje, Prem en ik delen de matras en Ahmed slaapt onder het bed.  Volgens zijn zeggen zuigt een matras het bloed uit zijn lijf.  Ahmed is trouwens bijzonder in zijn nopjes in Kolkata, omdat hij hier vanwege de goedkope prijzen wat zaakjes kan doen, hij schuimt dan ook de markten af op zoek naar snuisterijen voor zijn kinderen en familie.  En hij heeft een adres op 40 km van de stad waar een grote boomkwekerij is, misschien kan hij daar ook wat boompjes kopen.

Prem en ik zijn eerder uit op een verdere verdieping van onze missie.  Kolkata is ook een centrum van cultuur en voor wie zoekt, is er hier veel te vinden.  Zo is College Street het mekka van de boeken.  Je hebt er honderden boekenstandjes van 1 vierkante meter, die wel uitpuilen van de literatuur.  We snuisteren wat in het rond, maar nagenoeg alle kraampjes zijn gericht op wetenschap en communicatie.  Tot we een oudere man treffen, die ons onmiddellijk aanspreekt en zegt dat het zijn laatste jaar is dat hij hier staat, en dat hij voor ons wat speciale boeken heeft.  We noemen onze domeinen van interesse, en hij haalt prompt een tiental boeken tevoorschijn, je gelooft het niet, maar het waren stuk voor stuk voltreffers.  De meeste van zijn boeken waren wel aangetast door de worm, maar de prijs was dan ook niet om moeilijk over te doen.  Het leek wel of de man zijn erfenis aan ons wilde schenken.  Eén van zijn heerlijke boeken was geschreven door de kok van JidduKrishnamurti, waarin hij zijn wedervaren vertelt met de dagelijkse omgang met deze grote denker.

In de bibliotheek van de Asiatic Society, een oud en vuil gebouw met afgebladderde muren waar de gaten in de muren afgespannen waren met een blauw plastic zeiltje, kwamen we niet binnen zonder toestemming van de directrice, een streng uitziende vrouw op leeftijd.  Ondanks dat dit één van de meest gerenommeerde instituten van India genoemd kan worden, moest de computer hier nog uitgevonden worden.  Via fichebakken met vergeelde steekkaarten, kon je een schat aan oude literatuur inkijken.  Hier lagen zelfs nog sanskriet teksten geschreven op palmbladeren uit de 7de , eeuw, handelend over tantra, weliswaar achter een glazen vitrinekast.  De boeken die we bestellen, over de geschiedenis van het Indische dorpsleven, en wat boeken van Annie Besant van de Theosofische Vereniging, blijken ook aangetast door de boekenworm.  Maar de inhoud werd er niet minder inspirerend door.

Het is duidelijk dat er niet zoveel bekend is over de ware geschiedenis van India.  Er is weinig neergeschreven, India kent meer een traditie van mondelinge overlevering.  Boeken en geschriften kunnen hier blijkbaar ook niet zo eenvoudig bewaard worden.  En vooral, veel geschiedschrijving is ten zeerste beïnvloed door de koloniale overheersers.  Het begint nu langzaam te dagen dat het dorpsleven in de eeuwenoude geschiedenis van dit land een bron was van een unieke verwevenheid van cultuur, spiritualiteit, landbouw, kunst, ambachten.  Het holistisch perspectief dat gestoeld was op de wijsheid van de Veda’s was de verbindende schakel.

Een van de redenen van ons bezoek aan Kolkata was om even te proeven van de invloedssfeer van RamakrishnaParamahansa, die beschouwd wordt als India’s grootste Hindoe-mysticus van de 19de eeuw.  Het is uren lang aanschuiven in de brandende zon om een blik te mogen werpen op de tempel en verblijfplaats aan de oever van de Ganges waar Ramakrishna zijn staat van bevrijding bereikte.  Zijn grote verdienste was dat hij nieuw praktisch inzicht verschafte in de oude heilige teksten en dienstbaarheid aan het hogere niet haalbaar achtte zonder dienstbetoon aan de medemens.  Ook de positie van de vrouw in de maatschappij stond bij hem hoog aangeschreven.  Ramakrishna gaf zijn spirituele erfenis door aan Vivekananda, eind 19de eeuw, die een rationele grond legde onder de leringen van zijn meester.  Dat was niet zonder betekenis, want daardoor was de tijd rijp voor belangrijke en ingrijpende sociale hervormingen met een grote impact op het dagdagelijkse leven van de Hindoe.  Vivekananda heeft ook een grote bijdrage geleverd aan de freedomfight van India. 

Prem Singh, die zich in zijn jeugdjaren heel erg uiteengezet heeft met Ramakrishna’s leer, en ikzelf bevinden ons in de ruimte waar de man geleefd heeft, met zicht op de Ganges.  We bevinden ons op heilige grond, want op deze plaats zijn zowat alle toenmalige wijzen en heiligen uit India voorbijgekomen, zo groot kan de impact zijn van een hervormer.

Terwijl Prem en ik ons in de hoogste regionen van spiritualiteit begeven, was Ahmed op koopjesjacht geweest.  We hadden afgesproken aan het station om de lange treinreis naar Banda aan te vatten.  Het station van Kolkata bevat een mensenzee die ons Westers voorstellingsvermogen ver te buiten gaat, hier komen honderdduizenden mensen per dag doorheen.  Wij waren al zwaar geladen met 2 reistassen vol met boeken en onze persoonlijke spullen, tot we Ahmed treffen, een wonder op zich in dit gekrioel, met 2 stoelen, een reistas vol prullaria voor de kinderen, en 3200 jonge boompjes !  Zelden heb ik zo gesjouwd, als een olifant geladen, door een dergelijke mensenmenigte om een trein te halen.

 

De grond aller dingen     

De geschiedenis van de mensheid leert ons dat een cultuur die haar bodemvruchtbaarheid verliest of opoffert, gedoemd is om te verdwijnen.  Zelfs zeer grote en bloeiende culturen zijn van onze aardbodem verdwenen omdat de ecologische draagkracht er niet meer was om de bevolking van haar essentiële noden te voorzien.  In die zin is duurzaamheid geen virtueel begrip, maar een zeer levensnoodzakelijke eis, die begint bij bodemvruchtbaarheid.

In de oude moedertaal van India, het Sanskriet, werd duurzame landbouw uitgedrukt als ‘avartansheelkethi’, maar in dit begrip waren gelijktijdig ook 2 andere betekenissen vervat, nl. kringlopen en verhoudingen.  Duurzaamheid in de landbouw heeft alleen bestaansrecht als het verbonden is met kringloopsystemen en als de juiste verhoudingen tussen de verschillende elementen in ieder systeem gerespecteerd worden.

De traditie van de Indische landbouw was daarop gebaseerd en heeft daardoor eeuwen lang kunnen standhouden.  Het gehele dorp, de dorpsentiteit genoemd, functioneerde onbaatzuchtig en autonoom in een zelfvoorzienend duurzaam kringloopsysteem, waarin alles en iedereen zijn functie en plaats vond.  Er was volop biodiversiteit, landschap, jungle, water, bodemvruchtbaarheid en vitaliteit.  En de koe werd daarin een centrale rol toebedeeld, vanuit haar unieke bacteriële rijkdom in haar maag-darm stelsel.  Ook daar vinden we vele aanwijzingen over terug in de oude Vedische geschriften.

En daardoor kon zich een oneindig rijke cultuur en spiritualiteit ontplooien, waar je nu op het Indische platteland nog steeds de volle schoonheid kan van proeven.

In India functioneren nog 700 miljoen mensen beroepsmatig in de landbouw.  En bijna allemaal zijn die wat ontheemd.  De samenhang van hun landbouwsysteem is aan het afbrokkelen, en daardoor zijn er vele bijna onoverkomelijke problemen gerezen.

De technische oorzaken daarvan zijn eigenlijk gekend en te benoemen.  Enkele daarvan zijn verlies aan landschap, verlies aan biodiversiteit en lage humusgehaltes in de bodem.  Het is al iets moeilijker om de onderlinge verbanden tussen al deze factoren te zien en dat te vatten in een kringloopmechanisme dat kan functioneren zonder input of output.

Maar de kunst is om het functioneren van een goed landbouwsysteem te plaatsen in de culturele en spirituele context waar het thuishoort en onlosmakelijk mee verbonden hoort te zijn.  En juist hier ligt de allergrootste opgave voor de toekomst van onze aarde.

Een van de allergrootste denkers die de twintigste eeuw voortgebracht heeft was JidduKrishnamurti.  Als een Indische jongeling ontdekt en grootgebracht in de schoot van de Theosofische beweging, bleek Krishnamurti voorbestemd om, los van iedere beweging, school of meester in alle eenvoud zijn eigen pad te bewandelen.  Daardoor is hij in staat geweest om zijn verbazingwekkende intelligentie in te zetten om onze menselijke conditionering te ontrafelen en bloot te leggen.  In confrontatie met zijn publiek over de gehele wereld was hij in staat om de mens te leren zichzelf te bevrijden van zijn waanvoorstellingen, angsten en vermeende idealen.  In een gesprek met PupulJayakar,  die samen met Indira Gandhi, voormalig premier van India, INTACH opgericht heeft, uitte Krishnamurti zijn grote zorg en teleurstelling over de teloorgang van de spiritualiteit en hoge moraliteit van zijn thuisland.  Doch op dat moment deed zich ook een visioen aan hem voor.  Starend in de verte zei hij dat er misschien nog een hoop was voor de toekomst van India en hij zag voor zich dat het te maken had met de grond.  PupulJayakar vroeg daarop of hij met de grond een beeldspraak bedoelde.  Neen, zei Krishnamurti daarop, het ging om de bodem, de aarde, de heilige aarde van India.

Prem Singh en ikzelf hebben samen een boekje geschreven.  Dit is tot stand gekomen als het resultaat van een lang proces, waar ook enkele andere vrienden een belangrijke rol in gespeeld hebben.  Het is wellicht voor het eerst in de geschiedenis dat een Indische boer en een Europese boer, Oost en West samen hun ervaring bundelen om een toekomstperspectief te bieden aan diegenen die met hun gehele hebben en houden met de bodem en haar vruchtbaarheid verbonden zijn.  Mijn aandeel in dit boekje handelt over alle essentiële elementen die nodig zijn om de kringlopen in de landbouw in stand te houden, waarvan de belangrijkste zijn: de koe, het landschap, bodemvruchtbaarheid, vitaliteit en biodiversiteit.  Maar veel belangrijker is Prem’s aandeel , die de gehele culturele en spirituele context schetst die nodig is om zowel de familie- als de dorps-entiteit in al haar autonomie en integriteit in stand te houden.  Op een sublieme wijze wordt hier door Prem Singh een perspectief geboden, dat in al zijn eenvoud tot geluk en voldoening leidt, waarin landbouw, bodemvruchtbaarheid, cultuur, spiritualiteit, familie en dorp samenkomen.

Hemel en aarde in vrijheid verbonden.

Dit nieuwe boekje bestaat in een Engelse versie en is ook in het Hindi vertaald, en het ligt momenteel bij de drukker.  We zoeken nog wat financiële ondersteuning om de drukkosten te betalen, zodat het gratis kan verspreid worden onder duizenden boeren die op zoek zijn naar de verloren samenhang en de grond aller dingen.  Voor contact akelei.jd@gmail.com